SPGB Logo
  • De Stichting
  • de Gruthut
  • Montipeuter
  • Moriaantje
  • Pino
  • Calimero
  • Pinokkio
    • Algemeen
    • Groepen
    • Openingstijden
    • Leidsters
    • Pedagogisch beleid
Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Beuningen

Pedagogisch beleid

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Doelstelling
  3. Randvoorwaarden

1. Inleiding

In 1985 kwam door het initiatief van enkele enthousiaste ouders, peuterspeelzaal Pinokkio tot stand  De speelzaal werd onder gebracht in het scoutinggebouw Pandahara. De eerste jaren werd er gewerkt met 1 leidster en 1 ouder en een vrijwillig bestuur van ouders. Vanaf 1995 viel peuterspeelzaal Pinokkio onder de Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Beuningen. En er werd gestart om te werken met 2 pedagogisch medewerk(st)ers per groep,en in 2010 werd de peuterspeelzaal (peuteropvang plus) onder gebracht in het nieuwe schoolgebouw van De Wegwijzer.

Ook verschoof het accent van “gewoon lekker spelen” naar “het bevorderen van de ontwikkeling van jonge kinderen”onder deskundige leiding. De peuteropvang is een basisvoorziening geworden en wordt steeds meer een voorschool voor peuters.

Om als Pinokkio de werkwijze, die we hebben ontwikkeld vast te leggen en om belangstellenden duidelijk te maken wat onze manier van werken is, hebben we dit vast gelegd in een pedagogisch beleidsplan.
Ieder twee jaar wordt dit pedagogisch beleidsplan herzien en herschreven.

2. Doelstelling

Het belangrijkste doel van Pinokkio is het bieden van spel-en contactmogelijkheden aan kinderen van twee tot vier jaar met andere leeftijdsgenoten. Pinokkio biedt het kind, door middel van allerlei vormen van ontspanning en contacten met kinderen en volwassenen, ontplooiingmogelijkheden, die aangepast zijn aan de leeftijd van het kind.

Pinokkio voorziet in de behoefte van het kind aan veiligheid en geborgenheid door hen samen te brengen in groepsverband en te laten spelen onder deskundige leiding. De kinderen moeten zichzelf kunnen zijn in een voor hen veilige, vertrouwde omgeving, omdat van daaruit te komen tot ontwikkeling. Wij hebben de taak om voor dat vertrouwen en die veiligheid te zorgen. We doen dit door het geven van positieve aandacht. Wij stimuleren, helpen, bevestigen en begeleiden het kind.

Pinokkio wil spelenderwijs een bijdrage leveren aan het aanleren van regels. Wij accepteren niet dat peuters schelden, schreeuwen, bijten, duwen of ander ongewenst gedrag vertonen. Dit gedrag zullen we steeds proberen om te buigen. We melden altijd aan de ouders als hun kind andere kinderen bijt, ook moet dit gezegd worden tegen de ouders van het "gebeten" kind, omdat een kinderbeet erg gevaarlijk kan zijn in verband met bacteriën.
Wanneer een peuter na een aantal waarschuwingen niet het gewenste gedrag vertoont wordt hij even apart op een stoeltje gezet of we proberen hem/haar af te leiden. 

We zien het kind als een individu dat zich in zijn eigen tempo ontwikkelt en eigen mogelijkheden heeft. We stimuleren het kind, zodat ze zich sociaal, emotioneel,  cognitief, motorisch en op taalgebied kan ontwikkelen.
We grijpen in als bepaalde situaties gevaarlijk worden of als de groep gestoord wordt.

3. Werkwijze

Het wennen van de peuter op de peuteropvang.

De administratie van de SPGB geeft aan de leiding door wanneer er een nieuwe peuter wordt geplaatst. De ouders zijn dan al op de hoogte gebracht van het moment van plaatsing. Er wordt hen medegedeeld dat ze van te voren altijd even mogen komen kijken bij Pinokkio, ook ontvangen zij een informatieboekje. Bij het eerste bezoek worden de ouders en de peuters door de leidsters (minimaal PW3 geschoold) en vrijwilligster welkom geheten. Een van de pedagogisch medewerk(st)ers wijst waar het eten en drinken moet staan en maakt de peuter en zijn ouder bekend met het reilen en zeilen op de peuteropvang. De peuter krijgt de gelegenheid tijdens het vrije spel al dan niet met de ouder de ruimte te verkennen.
In de kring wordt de nieuwe peuter voorgesteld aan de andere peuters.
Tijdens dit dagdeel wordt duidelijk aandacht besteed aan het afscheid nemen.

Goed afscheid nemen van je peuter.

Voor je peuter is elk afscheid een beetje groeien.
Afscheid is een moment waarop hij leert dat hij het even zonder papa of mama moet doen.
Als hij na een paar keer afscheid nemen weet dat hij een leuke speldag in het verschiet heeft ( en papa of mama straks weer zal zien) zal hij minder moeite hebben om je los te laten.

Hoe neem je in de praktijk goed afscheid?

KORT HOUDEN
Houd het afscheidsmoment kort, maar neem wel de tijd om je peuter samen met jou aan de omgeving te wennen. Dat betekent dat je ook even gaat zitten, een puzzeltje maakt. Al is het maar vijf minuten. Meestal laat je peuter al na een paar minuten zijn ogen rond gaan en ontdekt een speeltje of een vriendje.
Zeg vervolgens dat je weggaat en neem duidelijk afscheid (kusje, even zwaaien). Ga nooit stiekem weg! Ongemerkt weggaan, hoe goed bedoeld ook, kan het vertrouwen schaden.
Huilt de peuter bij het afscheid, geef hem/haar dan over aan de pedagogisch medewerk(st)ers. Het is heel vervelend om afscheid te nemen van een huilende peuter, zo’n beeld blijft je de hele dag bij, terwijl je peuter na enkele minuten waarschijnlijk al vrolijk speelt.
Wanneer je ongerust bent, kun je altijd naar Pinokkio  (06 17116156) bellen.
Veel ouders vinden het moeilijk hun peuter voor de eerste keer achter te laten. Zeker als je peuter staat te huilen, zou je het er bijna om laten.
Het is echter maar een moment, en juist door afscheid nemen en elkaar daarna weer te zien, groeit het vertrouwen van je peuter in jou en in zichzelf. Indien de pedagogisch medewerk(st)ers er niet in slaagt de peuter te troosten, zal zij contact opnemen met de ouder. Als de peuter na ongeveer 4 dagdelen nog geen plezier beleeft aan de peuteropvang, wordt in overleg een andere strategie besproken met de ouders. Ook komt het voor dat een kind dat een aantal weken goed meedraait plotseling heftig protesteert om naar de peuteropvang te gaan. De nieuwigheid is eraf en de peuter komt in opstand, ook dit is heel gewoon vooral bij peuters die het in het begin “goed doen “. Er zal altijd een moment komen dat ze even niet meer graag willen, maar zelfs dat is meestal tijdelijk.


De dagindeling:

  1. Het ontvangst
  2. Het vrije spel
  3. Het opruimen
  4. De kring (voorlezen)
  5. Het eten en drinken
  6. Zindelijksheids training
  7. De creatieve activiteit
  8. Het buitenspel of in de gymzaal
  9. Afsluiting in de kring
  10. Ophalen

Heeft een kind moeite met de dagindeling, dan maken we gebruik van dagritmekaarten. Hierdoor begrijpt het kind sneller wanneer er wat komt en vooral ook, wanneer het de tijd van ophalen is.

1. Het ontvangst:

De peuter en de ouder komen Pinokkio binnen en kunnen de jas en tas kwijt op de kapstok. De peuter en ouder worden begroet door de pedagogisch medewerkster(s). Materiaal staat op de tafels klaar. De peuter heeft de gelegenheid zelf een keuze te maken of iets anders te pakken uit de kast. De peuter gaat in alle rust spelen en er is ruimte voor een kort gesprekje met de peuter en/of ouder. Ook mogen ze in de hoeken spelen, zoals de zandbak, poppenhoek en aan de kleitafel. Geen constructiematerieel pakken uit de kast, dit omdat we dat als activiteit hebben later op de morgen.
Samen met de peuter nemen we afscheid. (Meestal zwaaien bij het raam).
Er is altijd ruimte voor een ouder om een morgen mee te draaien op de peuteropvang.

2. Het vrije spel: (8.45-9.45 uur)

Wanneer de ouders vertrokken zijn gaan de peuters verder met hun spel.
Om de cognitieve ontwikkeling te bevorderen kunnen de peuters kiezen uit diverse puzzels, spelletjes (memorie, domino) vormenmaterialen en ander ontwikkelingsmateriaal. Het kind mag zelf kiezen, maar steeds zullen we proberen om het niveau wat te verhogen en de concentratie vast te houden bij een activiteit. Verder is de ruimte verdeeld in hoeken (poppenhoek, zandbak en kleitafel). De poppenhoek nodigt uit tot imitatiespel en met klei kan het kind zich creatief uiten. Het belangrijkste is verder dat het initiatief van het kind uitgaat, zodat het zijn/haar fantasie ofwel rollenspel kan spelen. De pedagogisch medewerk(st)ers kan eventueel een helpende hand bieden wanneer een bepaald spel storend is voor andere kinderen of stimuleren tot deelname aan het spel.
De peuters kiezen zelf waarmee en met wie ze spelen. Zij hebben de vrijheid om te wisselen van spel, speelgoed en vriendjes. Tijdens het vrije spel worden ook de cadeautjes voor papa’s, mama’s, opa’s en oma’s gemaakt. Ook voor een nieuw broertje of zusje wordt altijd een cadeautje gemaakt. Vooral tijdens het vrije spel wordt een bijdrage geleverd aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de peuter.

Hier willen we even wat dieper op in gaan: om de kinderen en de volwassenen in de peuteropvang goed te leren kennen is het belangrijk dat het kind steeds zoveel mogelijk dezelfde kinderen ontmoet, zodat het zich tussen de anderen thuis kan voelen en eigenschappen of gewoonten van anderen kinderen leert. Uit eigen gevoelens als gevolg van contact en de omgang met de vaste leeftijdsgenoten leert het kind wat het zelf waard is en leert tevens omgaan met andere in prettige en minder prettige momenten.
Het kind moet door de ouder en pedagogisch medewerkster in de nieuwe omgeving begeleid worden tot het zich duidelijk op zijn/haar gemak voelt.
Door het contact met andere kinderen leert het kind “de ander” ontdekken in het anders zijn, echter pas wanneer hij/zij de vrijheid krijgt zichzelf te zijn. Om elkaar te ontdekken is het belangrijk het kind vrij is in zijn gedragingen, zoals uitingen van verschillende emoties (lief, verdrietig en boos zijn).
Evenals uitingen van vriendschap tussen twee kinderen, moet ook een conflict mogelijk zijn.
We proberen of de peuters hun conflicten zelf op kunnen lossen, maar als het uit de hand dreigt te lopen grijpen we natuurlijk in.

Er gelden tijdens het vrije spel de volgende regels:

  • Er wordt niet met speelgoed gegooid.
  • In de ruimte wordt niet gerend of gegild.
  • Er wordt geen materiaal ”afgepakt" maar gewacht tot de peuter er niet meer mee speelt, of na overleg met de andere peuter.
  • Er mag niet worden geslagen, geduwd, gekrabd of gebeten. We proberen d.m.v. praten tot oplossingen te komen.De peuter krijgt altijd een waarschuwing bij negatief gedrag maar vervalt hij in herhaling dan zal hij even op het "strafsteoltje"moeten zitten. Als een kind negatief gedrag op de peuteropvang vertoont, zullen we dit altijd doorgeven aan de desbetreffende ouder.

3. Het opruimen: (ongeveer 10 minuten)

We beginnen ons “opruimlied” te zingen. De peuters helpen zoveel mogelijk speelgoed op te ruimen en de poppenhoek weer in orde te brengen. Ieder kind krijgt daarbij een taakje. Ook de pedagogisch medewerksters helpen mee en stimuleren de peuters dat ook te doen. (zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel proberen te bevorderen).

4. De kring: (20 minuten)

Peuters die klaar zijn met opruimen mogen een stoeltje gaan pakken en in de kring gaan zitten. We zingen het liedje : ”wat een mooie kring”. Daarna gaat de pedagogisch medewerkster voor de groep zitten en maken we een voorlees kring( 3 halve cirkels om de leidster heen). Dit doen we omdat de peuters dan beter kunnen zien tijdens het voorlezen. Kleintjes mogen vooraan zitten ook kinderen die niet goed kunnen zien of slecht geconcentreerd zijn. De oudere peuter moet meer achteraan zitten, omdat hij al gewend is naar prentenboeken te kijken en luisteren. Kinderen die nieuw zijn laten we nog wat vrij in het blijven zitten tijdens het voorlezen. De kringactiviteiten zijn goed voor de taalontwikkeling van de peuter. Even wat meer informatie over taalontwikkeling: Het vermogen om taal te leren is deels aangeboren en deels aangeleerd. Ieder kind ontwikkelt taal in zijn eigen tempo. Voorlezen, praten over plaatjes, liedjes, versjes en kringgesprekken zijn hulpmiddelen om dit te stimuleren. Bij opvallende achterstanden of problemen geven we dit door aan de ouders die dan kunnen kiezen voor extra begeleiding (Bijv Logopedie of VVE). 

5.Het eten en drinken: (15 minuten)

Na de kring pakken de peuters hun stoeltje op en zetten die bij de tafel. Daarna gaan ze bij de kapstok hun tas pakken en halen aan tafel zelf hun eten en drinken eruit. De pedagogisch medewerkster, vrijwilligster of stagiaire maakt de bekers en de trommels open. Ze mogen pas beginnen met eten als we het liedje ”smakelijk eten” hebben gezongen. Het gezellig aan tafel zitten bevordert de eetlust en geeft de gelegenheid tot sociale contacten. Kinderen die snel klaar zijn moeten even wachten met de tas wegbrengen tot de rest van de kinderen ook bijna klaar zijn.

6. Zindelijkheidstraining:

Terwijl een pedagogisch medewerkster begint met de creatieve activiteit gaat de andere pedagogisch medewerkster met de kinderen plassen. Zindelijke peuters mogen, wanneer zij het kunnen zelfstandig naar het toilet. Uiteraard houden wij altijd een oogje in het zeil. We proberen kinderen die al een beetje zindelijk proberen te worden, ook te laten plassen. Na het plassen gaan we de handen wassen en krijgt iedereen een sticker (beloningssysteem). Alle kinderen, die een luier dragen, worden nu verschoond.
Wanneer een van de peuters een poepluier heeft wordt deze direct verschoond.

7. Creatieve activiteit: (20/30 minuten)

De creatieve activiteit houdt meestal verband met het thema, waar we mee bezig zijn. In groepjes van ongeveer 6 peuters krijgen zij de gelegenheid te verven, prikken, scheuren of plakken. We proberen de kinderen kennis te laten maken met zoveel mogelijk verschillende materialen en werkwijze. Bij deze activiteiten worden vooral de fijne motoriek geoefend. We proberen zoveel mogelijk er op te letten dat de materialen op een goede manier worden toegepast. Tijdens het verven worden er schorten aangedaan, dit ter voorkoming van vieze kleren. De rest van de kinderen zijn bezig op de grond met duplo, de trein of ander constructiemateriaal; dit alles onder begeleiding van een pedagogisch medewerkster of een vrijwilligster.

8.Buitenspel of gymzaal

Bij goed weer gaan alle peuters naar buiten. Ze halen zelf de jas van de kapstok en de pedagogisch medewerksters maken de jassen dicht van de kinderen. We stimuleren wel om zelf de jas aan te doen en kinderen die hun jas zelf dicht kunnen maken, laten we dit zelf doen. Als alle kinderen klaar zijn, mogen ze na het horen van het fluitsignaal, naar buiten. Buiten mogen de kinderen fietsen, rennen, ballen, hoepelen, stoep krijten, dansen, wippen en glijden of in de zandbak spelen.

Bij slecht weer spelen we in de gymzaal. Daarbij moeten wel de schoenen uit; dit ter voorkoming van beschadiging van de vloer en het materiaal. Ouders maken zelf de keus om gymschoentjes mee te geven of hun kind op blote voetjes te laten spelen. Bij deze activiteit wordt vooral de grove motoriek geoefend. Grove motoriek: hieronder vallen de spelletjes die betrekking hebben op eigen beweging: wippen, rennen, fietsen enz. Hierdoor krijgen de kinderen meer lichaamsbeweging, inzicht in afstand, ruimte, verhouding en krijgt het kind de kans zijn overtollige energie kwijt te raken. 

9. Het afsluiten

De ochtend sluiten we af in de kring.
We gaan een spelletje doen of leren een nieuw liedje of versje. Dit liedje heeft meestal te maken met het thema waar we mee werken op dat moment: zoals herfst, sinterklaas, pasen maar ook andere thema’s komen aan bod.

Wat wordt er nog meer in de kring gedaan?

  • Mededelingen (denk aan verstoppen van cadeautjes vaderdag/moederdag enz)
  • Nieuw materiaal aangeboden
  • Verjaardagen gevierd
  • Werkjes uitgedeeld

In de kring willen we de peuters stimuleren mee te zingen en met versjes mee te doen zowel de gebaren en tekst.

10. Ophalen van de peuter

De ouders wachten in de hal totdat de deur wordt open gemaakt door een van de pedagogisch medewerksters. De ouders kunnen dan de jas en tas van hun kind pakken. We hopen dat de ouders ruim op tijd zijn om hun  peuter op te halen, omdat het erg teleurstellend is als de ouder niet met de andere ouders tegelijk naar binnen komt. Mocht u onverhoopt toch te laat zijn, dan wachten we samen met het kind. We willen graag ’s morgens van u horen of uw kind door iemand anders dan uzelf wordt opgehaald.

Veiligheid en gezondheid

Iedere dag wordt door een schoonmaakbedrijf  Pinokkio gereinigd.  Het materiaal wordt twee keer per jaar schoon gemaakt met hulp van ouders en leiding.

Ouders worden verzocht braken, diarree, infectieziektes, hoofdluis te melden aan de leiding. Soms wordt de toegang van een peuter ontzegd (bijv. bij sommige infectieziekten, diarree, koortslip, open waterpokken of krentenbaard), als dat volgens de GGD normen nodig blijkt te zijn. Vraag hierbij pedagogisch medewerksters om advies. We willen ook graag op de hoogte gesteld worden van bijzonderheden van een kind bijvoorbeeld over voeding, allergieën angsten, slaapproblemen enz.

Wordt de peuter tijdens een dagdeel ziek, dan wordt de ouder verzocht de peuter te komen halen. Mocht U niet thuis zijn moet u altijd een telefoonnummer(s) achterlaten wie we dan wel kunnen bereiken.

De pedagogisch medewerksters zijn alert op wat er gebeurt tijdens het dagdeel. Mochten er zich gevaarlijke situaties voordoen dan leg je dit uit aan de peuter en probeert hem ervan te weerhouden. Toch zit een “ongeluk” vaak in een klein hoekje. Wanneer een peuter zich bezeert, proberen we hem te troosten en te verzorgen bij eventuele verwondingen. Bij ernstige verwondingen bellen we u in ieder geval altijd!

In geval van calamiteiten is op Pinokkio is een calamiteitenplan aanwezig, waarvan de medewerksters op de hoogte zijn. Er wordt elk jaar 2 keer een ontruimingsoefening gedaan.

Bij opvallend gedrag

Wanneer een peuter opvallend gedrag vertoont, proberen we door middel van uitgebreide observaties een duidelijker beeld te krijgen van zijn gedrag. We spreken naar de ouder onze zorg uit en proberen samen naar een oplossing te komen. De vervolgstappen liggen uiteindelijk bij de ouder. Op Pinokkiokomt standaard 2x per maand onze zorgcoördinator langs. Ook zij kan hulp bieden/adviseren ingeval een kind opmerkelijk gedrag vertoont. 
Wanneer we extra advies willen hebben over de juiste aanpak/hulp m.b.t. de zorg vragen uw toestemming dit in het ZAT (zorgadviesteam) in te brengen. Dit gebeurt nooit zonder uw toestemming! Ook mag u zelf in het ZAT uw verhaal doen. Voor de bassisschool hebben we een “overdrachtsformulier”. Dit wordt ingevuld voor alle peuters. Ook hier geldt, dat we dit formulier eerst met u doornemen en u zelf kunt besluiten het aan de basisschool te geven. Een exemplaar wordt drie jang lang digitaal (beveiligd) op de administratie bewaard.
Voor elk kind wordt 3 keer een peutervolgsysteem ingevuld. Dit om het verloop van de ontwikkeling van ieder kind nog beter te bewaken. Telkens als het formulier is ingevuld, laten we dat lezen aan de ouders/verzorgers. Voor vragen/opmerkingen maken wij tijd tijdens het brengen of ophalen van de peuter. Heeft het wat meer tijd nodig, dan wordt er een afspraak ingepland. Ook dit wordt drie jaar digitaal bewaardt op de administratie. 

VVE

Kinderen met een VVE indicatie hebben extra aandacht van de pedagogisch medewerksters. Er wordt een kinddossier aangelegd, het kind wordt regelmatig geobserveerd en besproken (met de zorgcoördinator, pedagogisch medewerksters en uzelf) en er wordt een stappenplan gemaakt. Dit steeds in samenspraak met de ouders/verzorgers.

Een VVE indicatie wordt toegekend aan kinderen die dreigen een achterstand in ontwikkeling op te lopen.

Ouderparticipatie

Pinokkio heeft een oudercommissie die samengesteld is uit ouders van peuters die de peuteropvang bezoeken. Ze hebben 4 maal per jaar overleg met de pedagogisch medewerksters.  Eenmaal per jaar organiseert de oudercommissie een ouderavond in samenwerking met de pedagogisch medewerksters. Ouders worden betrokken om mee te helpen bij schoonmaak en andere activiteiten. Er zijn ieder jaar weer “klusjes-vaders” nodig voor onderhoud van materiaal.

3. Randvoorwaarden

Doelgroep:
Peuters van twee tot vier jaar uit Winssen, of uit omliggende gemeentes.
Ook peuters met een handicap zijn van harte welkom op Pinokkio. Peuters mogen om bepaalde redenen blijven. Dit wel in overleg met de zorgcoördinator, leiding en directie.

 


valid xHTML 1.0 strict & css - design © 2005-2007 Parallel Dimension