Pedagogisch beleid
Inhoudsopgave
- Doelstelling
- Visie
- Pedagogische aanpak
- Het werkplan
- Dagindeling
- Uitwerking van een thema
- Groepsactiviteiten
- Feesten
- Regels
- Ouders
- Peutervolgsysteem
- Overdrachtformulier
- VVE
- Bijlage: Wenbeleid
1. Doelstelling
De peuteropvang stelt zich ten doel het kind naast het gezin een bredere sociale kring te bieden.
In de praktijk krijgen de kinderen de mogelijkheid om:
- Meer contact te krijgen met andere kinderen en volwassenen.
- Vertrouwd te raken met een regelmatige scheiding van het gezin.
- Te leren zich te handhaven in een groep en in groepsverband te spelen.
- Met een grote verscheidenheid aan verantwoord materiaal te spelen.
- Zich emotioneel, motorisch, creatief, cognitief en sociaal te ontwikkelen.
- Taal- en spreekvaardigheid te oefenen.
- Een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen.
De pedagogisch medewerk(st)ers realiseren dit in het contact met de kinderen door:
- Het creëren van een goede sfeer, gezelligheid.
- Het bieden van veiligheid, geborgenheid.
- Individuele observatie van kinderen, signalering van bijzonderheden en stimulering van een optimale ontwikkeling.
- Thematische activiteiten op basis van een ontwerpschema met gebruik van bijbehorende spel- en taalactiviteiten, waaronder het zogeheten 'woordweb'.
- Feestvieren (verjaardagen, Sinterklaas, Kerstmis, Carnaval, Peuterfeest).
- In groepsverband verven, plakken, zingen, kringspelletjes doen, eten en drinken.
- De individuele peuter de gelegenheid te geven zelf iets te maken voor een ander (verjaardag, ziekte, geboorte, vaderdag, moederdag).
- De noodzakelijke lichamelijke verzorging.
Het bezoeken van de peuteropvang heeft voor ouders de volgende functies:
- De mogelijkheid met de pedagogisch medewerk(st)ers over hun kind te praten, en vragen omtrent de ontwikkeling van hun kind te bespreken.
- Bijzonderheden in de ontwikkeling van hun peuter opmerken.
- Algemene adviezen krijgen van de pedagogisch medewerk(st)ers omtrent zaken met betrekking tot hun kind.
- In contact komen met andere ouders van kleine kinderen.
- Ideeën opdoen over spelmogelijkheden (bijvoorbeeld: de opvang geeft een liedjesboek uit waarmee de ouders thuis met hun peuter kunnen zingen).
2. Visie
2.1. Ontwikkeling van het kind
Als een kind zich prettig voelt en zelfvertrouwen heeft, zal het met zijn natuurlijke nieuwsgierigheid, leren van uiteenlopende prikkels van buitenaf. Hierbij gaat het om actief gepresenteerde en spelenderwijs opgepikte prikkels.
2.2. Invloed van de peuteropvang op de ontwikkeling
De peuteropvang zorgt voor vertrouwen en veiligheid. Dit gebeurt door het geven van positieve aandacht, door stimuleren, helpen, bevestigen en door de peuter te begeleiden. De kinderen leren om te gaan met anderen, zowel individueel als in groepsverband.
3. Pedagogische aanpak
3.1. Eigen inbreng van het kind
De peuteropvang ziet het kind als een individu, dat zich in zijn eigen tempo ontwikkelt en eigen mogelijkheden heeft. Het kind moet zich ook aanpassen aan de groep. De groep is maximaal bezet met 14 kinderen en 2 pedagogisch medewerk(st)ers en soms is er ook een stagiaire aanwezig.
- Als een kind aangeeft zelf iets te kunnen, stimuleren de pedagogisch medewerk(st)ers dit. Zij beoordelen echter wel of het kind er daadwerkelijk aan toe is. De pedagogisch medewerk(st)er grijpt uiteraard in als gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan of als het gedrag de groep hindert.
- Het kind wordt gezien als individu. Waar mogelijk, wordt de eigenheid van het kind in al zijn facetten gerespecteerd, zolang dit niet ten koste gaat van de groep. In dat geval leert het kind zich aan te passen, of het gedrag zo te veranderen, dat het voor de groep acceptabel is.
- Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. De peuteropvang biedt een veilige speel-leeromgeving waarin het kind de kans krijgt zich optimaal te ontplooien. Het peuter-volgsysteem signaleert het verloop van de ontwikkeling en kan aanleiding geven tot een individueel plan van aanpak. Dat bespreek je met collega's, ouders en eventueel zorgcoördinatorop welk gebied het kind zorg nodig heeft, sociaal emotioneel, motorisch of taalstimulering.
3.2. Inbreng van de pedagogisch medewerk(st)ers
- De pedagogisch medewerk(st)er geeft veel positieve aandacht, waardoor de peuter zich goed voelt en het zelfvertrouwen wordt gestimuleerd.
- Het kind leert van de pedagogisch medewerk(st)ers hoe het iets kan vragen aan een ander of hoe het kan reageren als het iets wel of niet wil.
- De pedagogisch medewerk(st)ers stimuleert als het kind onzeker is, door iets eerst samen te doen: begeleiding van het kind totdat het aangeeft het zelf te kunnen. Angst wordt niet bevestigd: het woord "durven" wordt dus vermeden.
- Wanneer een kind een woord niet correct gebruikt, herhalen we dit, zonder nadruk, op de goede manier. De pedagogisch medewerk(st)er vermijdt peutertaal.
- De peuteropvang biedt geen zindelijkheidstraining. De pedagogisch medewerk(st)ers lossen natuurlijk wel ‘ongelukjes’ op en werken graag mee om in het verlengde van de thuissituatie prille zindelijkheid te begeleiden. Dat doen we door middel van het kind vaker te vragen of 't naar de toilet moet buiten de standaard wc momenten op Pino (na 't eten+drinken en voordat we naar buiten gaan), of het potje aan te bieden als ze dat thuis gewent zijn.
3.3. Vertrouwen en zelfvertrouwen
- Het kind moet ervaren, dat het welkom is. De manier waarop dit gebeurt, hangt af van de aard en behoefte van de peuter zelf.
- Voor veel kinderen is het prettig als de ouder/verzorger bij het brengen nog even blijft, zodat de acclimatisatie wat geleidelijker verloopt.
- Het is belangrijk op een duidelijke manier afscheid van het kind te nemen (zie bijlage wenbeleid).
- Er is altijd één vaste pedagogisch medewerk(st)er aanwezig, omdat het belangrijk is, dat een kind op verschillende dagdelen altijd tenminste één bekende pedagogisch medewerk(st)er aantreft.
- Regels bieden de kinderen houvast. In alle groepen gelden dezelfde regels, zodat ook een kind dat verschillende groepen bezoekt, weet waar het aan toe is. Hoe de regels worden toegepast zie punt 4.4.
- Er is een vast dagritme, omdat structuur een kind duidelijkheid geeft. Hoe het dagritme verloopt zie punt 4.1.
- Herhaling en herkenning geven vertrouwen. Daarom klinken vaak dezelfde liedjes en mogen de kinderen gerust vaker met dezelfde materialen spelen.
- Kinderen die angstig of verdrietig zijn, kunnen altijd op extra aandacht van de pedagogisch medewerk(st)ers rekenen. De manier waarop die aandacht wordt gegeven, is afhankelijk van het kind. Altijd zo, dat het kind zich er prettig bij voelt. Dat doen we doormiddel van:
- - knuffel of speen (bij 2 jarigen) te geven
- - het kind op schoot te nemen
- - troosten en geborgenheid te bieden
- - proberen af te leiden met speelgoed
- - soms eerder op te laten halen, als het verdriet te lang duurt.
- De kinderen leren elkaars namen, door dit in de kring spelenderwijs te oefenen. Door welkomstliedje te zingen waarmee je ieder kind benoemt. De pedagogisch medewerk(st)er en kind benoemen beiden de namen van de kinderen.
- Als de peuter met bepaalde kinderen wil spelen, of materialen wil gebruiken, begeleidt de pedagogisch medewerk(st)er hem zonodig, doormiddel van samen te puzzelen, spelletjes te spelen, samen op te ruimen, of rollenspel in de poppenhoed creëren.
- Het kind krijgt complimentjes als het iets goed doet. Dit krijgt meer nadruk dan de dingen die verkeerd gaan. Positieve aandacht belonen, voor goed gedrag daar zijn peuters gevoeliger voor dan negatieve aandacht.
3.4. Emotionele ontwikkeling
Emoties van de kinderen worden serieus genomen. Door het kind te leren zijn emoties van verdriet, pijn, boosheid, geluk, plezier etc. te benoemen, krijgt het hierop meer vat:
- Elk kind wordt getroost op de manier, die het best bij zijn karakter en emoties past. Om te leren emoties onder woorden te brengen, benoemt de pedagogisch medewerk(st)er aanleiding of oorzaak.
- Gedrag dat pijn of verdriet veroorzaakt, wordt omgebogen naar aanvaardbaar gedrag. Er wordt benoemd wat er is gebeurd, waarom dit niet goed is en welk gedrag wel acceptabel is.
- Op zijn verjaardagsfeest staat het kind in het middelpunt van de belangstelling. Dat doen we doormiddel van:
- - verjaardagsmuts maken
- - schilderijtje plakken (door iedere peuter wordt een sticker opgeplakt voor de jarige en feliciteerd hem/haar door een hand te geven)
- - trakteren
- - de peuter mag op tafel zitten met de trommel en kaarjes
- - liedjes zingen (de jarige mag kiezen)
- - ouders mogen aanwezig zijn
- - bedanken voor de traktatie
- Als het kind dat juist niet leuk vindt, wordt het feest een beetje aangepast.
3.5. Sociale ontwikkeling
Het is belangrijk, dat een kind leert rekening te houden met andere kinderen enpedagogisch medewerk(st)ers, maar ook dat het leert voor zichzelf op te komen:
- De kinderen leren delen en communiceren. Het kind dat iets afpakt, krijgt uitleg over wat er gebeurt en krijgt suggesties over de manier waarop hij dit soort dingen beter kan aanpakken. Doormiddel van te praten met de andere peuter en niet af te pakken of te schreeuwen.
- Als kinderen met elkaar 'botsen' mogen ze het eerst proberen zelf op te lossen. Zo niet, dan bemiddelt de pedagogisch medewerk(st)er doormiddel van samen 't probleem te bespreken en verbaal te ondersteunen zodat er duidelijkheid bij beide peuters ontstaat.
- Sociaal gedrag wordt beloond: lief zijn is leuk. Complimentjes en een knuffel of aai over hun bol.
- Tegenover de soms nodige negatieve kritiek, staat steeds beloning van goed gedrag met complimentjes.
- Aan onenigheid wordt altijd een duidelijk eind gemaakt, zodat het negatieve voorval afgesloten is.
- Pijn doen mag niet. De 'boosdoener' maakt excuses aan het 'slachtoffer'. Dat doet de pedagogisch medewerk(st)er door middel van de boesdoener te laten inzien wat hij/zij gedaan heeft en dat doe je door uit te leggen wat het slachtoffer voelt en niet alleen maar sorry te laten zeggen, dat is voor veel peuters alleen maar een word en vele weten niet wat 't inhoud.
- Kinderen moeten leren rekening te houden met elkaar: niet te hard botsen tijdens het fietsen, niet gooien/slaan/afpakken/pijn doen, wel luisteren naar elkaar, op je beurt wachten, delen.
- Kinderen leren deel uit te maken van de groep: samen eten, drinken, zingen, lachen, dansen en op elkaar wachten.
- De peuters leren iets over te hebben voor een ander. Daarom mogen ze zelf iets maken voor jarige of zieke familieleden.
- De pedagogisch medewerk(st)ers maken de ouders attent op vriendschappen van het kind op de peuteropvang. Doormiddel van observaties is dat snel duidelijk,
- Teruggetrokken kinderen worden gestimuleerd deel te nemen aan groepsspelletjes. Door samen met de pedagogisch medewerk(st)er en het kind 't spelletje te spelen of een vriendje wat wel durft, hem of haar stimuleren en waar 't kind tegen opkijkt, vaak durven ze dan wel.
- De kinderen raken vertrouwd met onderlinge verschillen. Niet iedereen is hetzelfde, iedereen hoort erbij De pedagogisch medewerk(st)er biedt thema's aan zoals:
- - mijn lichaam
- - wereldschool
- - mijn wereld
- - mijn familie
- De kinderen leren te helpen met opruimen doormiddel van:
- - samen met elkaar op te ruimen ook de pedagogisch medewerk(st)ers
- - duidelijke plekken aan te geven waar alles hoort te staan d.m.v. plaatjes van het speelgoed en sorteren in bakken.
3.6. Spraak - taal – cognitieve ontwikkeling
Stimulering van spraak, taal en cognitieve ontwikkeling gebeurt met behulp van drie verschillende werkwijzen:
- Thematisch biedt de peuteropvang gericht taal aan (woordweb) met bijbehorende activiteiten (voorlezen, zingen, taalspelletjes, rollenspel, onderzoeksactiviteiten)
- Aan de hand van het peutervolgsysteem observeren de pedagogisch medewerk(st)ers de ontwikkeling van het individuele kind; zonodig wordt een individueel plan van aanpak gemaakt om de ontwikkeling gericht te stimuleren, met ondersteuning soms door een zorgcoördinator of orthopedagoog.
- De eigen belevingswereld van het kind krijgt uiteraard alle aandacht.
- Logopediste komt 1 keer per jaar op de peuteropvang en ziet alle kinderen.
Beste aanpak vast te stelllen. Dit gebeurd altijd met inschakeling van een orthopedagoog of zorgcoördinator die een observatie heeft uitgevoerd.
De voor hen actuele, betekenisvolle onderwerpen komen zo veel mogelijk aan bod; er wordt uitvoerig op ingegaan tijdens het kringgesprek, individueel gesprek, rollenspel etc.
De gehanteerde richtlijnen zijn mede gebaseerd op het pedagogisch werkplan: "Startblokken van Basisontwikkeling".
Wanneer bovenstaande niet voldoende blijkt en het kind een ontwikkelingsachterstand dreigt op te lopen, volgt altijd overleg met ouders over eventueel nader te ondernemen stappen. Soms wordt aangeraden een kind extra dagdelen naar de peuteropvang te laten komen (bijvoorbeeld voor extra oefening spraakvaardigheid) Soms kan in overleg besloten worden Integrale Vroeghulp in te schakelen om de beste aanpak vast te stellen.
4. Het werkplan
4.1. Dagindeling
8.45 uur / 13.00 uur
- De kinderen worden gebracht. De ouder/verzorger helpt het kind even op weg met zijn eerste spel. Er kan informatie uitgewisseld worden met de pedagogisch medewerk(st)ers.
- De peuters kunnen vrij spelen en kiezen zelf wat ze gaan doen en met wie. De pedagogisch medewerk(st)ers stimuleren teruggetrokken kinderen, spelen mee, doen een spelletje met een enkel kind of een groepje, lezen voor, bemiddelen en troosten.
- Voor bijzondere gelegenheden, maken individuele kinderen een plakwerkje. Bijv. voor verjaardag, geboorte en bruilofsfeesten. 2 weken van de maand knutselen de kinderen gericht een werkje dat met ons thema te maken heeft. Ze mogen ook altijd vrij kleuren met krijtjes of kleurpotloden ook weer gericht aan ons thema (de kleurplaten).
10.00 tot 10.30 uur / 14.00 tot 14.30 uur
- Er wordt gezamenlijk aan tafel gezongen en eventueel feest gevierd (verjaardagen). Daarna gaan de kinderen eten en drinken.Bij Pino 1 delen de pedagogisch medewerk(st)ers het eten en drinken uit. (pino 1 en pino 2 doen dit verschillend) Daarna mogen de kinderen ook nog naar de toilet, voordat we naar buiten gaan of naar de hal gaan om te spelen.
10.30 tot 11.00 uur / 14.30 tot 15.00 uur
- De kinderen leven zich uit in buiten fietsen, spelen in de zandbak of in de hal op de glijbaan spelen, en ook zijn er nog binnenfietjes (wheelies), en ook gebruiken we de mat voor playmobiel, trein of duplo erbij. Een enkele keer wordt de gymzaal van de basisschool gebruikt, en een activiteit op de mat.
11.00 uur tot 11.30 uur / 15.00 uur tot 15.30 uur
- Tijd voor ontwikkelingsgerichte activiteiten, individueel of groepsgericht (bijv. kinderen individueel begeleiden of groepsgericht werken met de verteltafel, een kringspelletje, een verhaal vertellen of voorlezen of vertelkastje, dit wordt altijd teruggekoppeld aan ons thema van dat moment). De pedagogisch medewerk(st)er leest meestal voor met een knieboek afgewisseld door de verteltafel of vertelkastje, en dan zitten de kinderen in een kring om de pedagogisch medewerk(st)er heen.
4.1.1 uitwerking van een thema
Er wordt een thema gekozen wat een kind aanspreekt! In 4 tot 6 weken wordt er een thema uitgewerkt, soms wordt er een ander thema aangekoppeld wat dan aansluit. Bijv. mijn lichaam, met uitbreiding mijn familie, of mijn thuis.
- 1e week aankleding van het lokaal + thema tafel d.m.v. boekjes, vertelkastje, knieboek, kleurplaten, posters + versiering van het lokaal, verkleedkleren, spelletjes, puzzels, raamschilderingen en woordweb.
- - Introduceren van het thema, d.m.v. het aan tafel vertellen wat ze allemaal in het lokaal zien.
- - Boekjes voorlezen
- - Liedjes zingen
- 2e week
- - Knutselwerk maken over het thema
- - Liedjes zingen
- - Boekje voorlezen
- - Aan tafel het woordweb bespreken
- - Kinderen kunnen vrijblijvend verkleden of puzzelen, spelletjes van het thema aan tafel doen
- 3e week
- - Nieuwe knutselwerkjes makenof vorige afmaken bijv. kleuren + prikken
- - Kringspelletje met thema materiaal (ik ga reizen door het land en heb een ... in mijn hand) dit kan van alles zijn van het thema, knuffel, mandje enz)
- Boekje lezen, en dan proberen de peuters de zinnen af te laten maken
- - de kinderen kunnen doorlopend puzzelen + spelletjes doen van het thema
- 4e week
- - Liedjes zingen van het thema
- - Peuters kleurplatebn laten kleuren van het thema
- - Woordweb benoemen / liedjes zingen
- - spelletjesaan tafel doen (bijv. toveren van thema materiaal) (iets erbij of iets eraf halen, en kinderen moeten dan benoemen wat)
- - Boek voorlezen, en dan de kinderen er actief bij betrekken en hun verhaal laten vertellen of afmaken. De pedagogisch medewerk(st)er kan vragen gaan stelen over het verhaal, om de peuters uit te lokken om actief mee te laten doen + na te laten denken
- 5e week
- - Knutselwerk mag mee naar huis
- - Kleurplaat + woordweb gaan ook mee naar huis (voor de ouders zodat ze zien wat de peuters leren)
- - Kinderen vragen welke liedjes we kennen van het thema + zingen
- - Kinderen het boek laten navertellen (de oudste peuters)
- - Napraten over het thema eventueel een rollenspel en verkleden
- 6e week
- - Thema uitbreiden, verdiepen en week 1 herhalen
- - Of thema afsluiten en spullen opruimen
- - Met collega's evalueren of het thema goed was, eventueel verbeteren wat beter kan
- - Alle spullen worden in een themadoos bewaard op de peuteropvang.
4.2. Groepsactiviteiten
- Samen zingen en eten.
- Buitenactiviteiten: fietsen, watertafel, stoepkrijten, ballen etc.
- Binnenactiviteiten: plakken, kleuren, verven, prikken + knippen, kringspelletjes, voorlezen, glijbaan, muziek luisteren, en met lego/duplo, bingo en lotto spelen. Verkleedkleren + dansen en binnen fietsen op de wheelies (binnenfiets).
4.3. Feesten
- Carnaval: de kinderen mogen verkleed komen (niet verplicht). We hebben een thematafel en door de pedagogisch medewerk(st)ers wordt er poppenkast gespeeld.
- Vaderdag/moederdag: de kinderen maken een cadeautje en nemen het ingepakt mee naar huis.
- Pasen: thema tafel en de kinderen maken een werkje en nemen dat mee naar huis met iets lekkers erbij.
- Sinterklaas: er komen twee pieten in elke groep een half uur op bezoek. De kinderen krijgen een cadeautje en snoepgoed. De kinderen gaan samen pepernoten bakken en ze maken een werkje, natuurlijk in Sinterklaassfeer, de kinderen kunnen zich ook bij de thematafel als sint en piet verkleden en de pedagogisch medewerk(st)ers spelen poppenkast.
- Kerstmis: ook hebben we hier weer een thematafel bij, en elk lokaal heeft een kerstboom. De peuters maken één of meer kerstwerkjes. De pedagogisch medewerk(st)ers vertellen een kerst verhaal bij de kerstboom, en dan krijgen de kinderen iets lekkers en warme chocolademelk.
- Verjaardag van de peuter: de jarige krijgt een feesthoed. Tijdens het zingen mag hij op tafel zitten, trommelen, alle liedjes uitkiezen en na afloop trakteren. Bij de derde verjaardag plakken de peuters een schilderijtje met de ouders erbij. En bij 4 jaar krijgen ze een afscheid knutselblad van de pedagogisch medewerk(st)ers + een boekje voor de basisschool om in te schrijven en voor te lezen.
- Eén keer per jaar is het Peuterfeest, met wisselende thema's. Voor de wisselende thema's liggen er draaiboeken klaar op de peuteropvang.
- - ze zijn 4 wken met 't thema van te voren al bezig in de vorm van knutselen, verzieren, boekjes lezen en vertellen.
- - met ieder peuterfeest wordt heel Pino versierd in 't thema. De kinderen krijgen eten op Pino die dag, en we hebben een sprinkussen en activiteiten op de gang. De peuters zijn verkleed met een zelfgemaakt knutselwerk in de vorm van een hoed, strik, cape, rok enz.
4.4. Regels
- Voor de veiligheid van de kinderen gelden regels: niet op de glijbaan lopen, op de billen naar beneden glijden,niet te hoog klimmen, niet gooien, niet botsen, niet schreeuwen en renne in de groep. Op de gang en buiten mogen de kinderen rennen.
- Op de peuteropvang wordt het speelgoed gedeeld met alle kinderen. Daarom mag de peuter geen eigen speelgoed meenemen, uitgezonderd de eigen knuffel, als hij die nog even nodig heeft.
- De kinderen mogen geen snoep meenemen, behalve als verjaardagstraktatie.
- Buiten mag er niet met zand worden gegooid, niet botsen met de fietsen, met de richting van de pijlen fietsen om de zandbak heen. Samen de fietsen dlen (fiets voor 2 kinderen neemt de ander ook mee). Ben je van de fiets af, dan mag een ander kind erop.
- Zelf je jas ophangen als dat lukt, anders hulp van de pedagogisch medewerkster, of een ander kind vragen.
- Namen in de jasjes + tasjes van de kinderen en of de beker en trommel.
- Na wc bezoek handen wassen en niet spelen met de kraan.
- Bij jas aantrekken daarna weer aan tafel zitten bij Pino 1, en bij Pino 2 op de mat gaan zitten (anders wordt het weer een chaos als iedereen gaat lopen) structuur en duidelijkheid.
- Er wordt geen agressief gedrag, of schuttingwoorden toegestaan. dan wordt 't kind even apart van de groep gezet en toegesproken.
- Speelgoed waarmee je gespeeld hebt ruim je ook weer op. Geen speelgoed in je mond stoppen.
- Aan tafel:
- - Iedereen blijft zitten
- - Zitten op je billen
- - Niet schreeuwe, gillen of boeren
- - Netjes eten, niet proppen
Peuters worden alleen meegegeven aan de ouders of verzorgers, of ze moeten het aan de pedagogisch medewerksters doorgegeven hebben dat iemand anders het kind op komt halen. Anders geven we het kind niet mee, ook niet aan oudere kinderen maar alleen aan volwassenen!
4.5. Ouders
- De pedagogisch medewerk(st)ers maken afspraken met ouders en verzorgers over de gewenning van een kind. Als het kind de eerste keer komt bespreek je:
- - zindelijkheid
- - speen, knuffel om te stroosten indien nodig
- - allergieën
- - geloofsovertuiging i.v.m. voeding (varkensvlees)
- -medicijnen indien nodig + verklaring ondertekenen voor evt. toendienen van de medicijnen
- - of het kind wel vaker bij de ouders is weggeweest
- - gezinssamenstelling
- - welke taal er thuis wordt gesproken
- - je geeft het liedjesboekje mee, daar staan liedjes in die wij op de peuteropvang zingen en legt het peutervolgsysteem uit, en geeft uitleg over de thematafel.
- Ouders krijgen tips over de wenperiode toegestuurd bij plaatsing van het kind.
- Pedagogisch medewerk(st)ers en ouders wisselen informatie uit in het belang van het kind, onder meer over belangrijke gebeurtenissen thuis, op de opvang en over dingen die opvallen in de ontwikkeling van het kind. (zindelijkheid of taalontwikkeling).
- Ouders kunnen op afspraak een dagdeel meedraaien. Voor broertjes en zusjes is dit niet mogelijk.
- Ouders zijn welkom als het kind zijn verjaardag viert. Het wordt afgeraden andere kinderen mee te nemen, omdat ze te bepalend kunnen zijn voor het feest.
- Ouders kunnen op allerlei manieren helpen, bijvoorbeeld met het schoonmaken van materiaal, herstellen of maken van speelgoed of deelnemen aan oudercommissie/ouderraad.
4.6 Peutervolgsysteem
Alle peuters worden gedurende hun gehele verblijf geobserveerd, zodat de pedagogisch medewerk(st)ers een goed beeld krijgen van de ontwikkeling van het kind. Daarnaast wordt elk kind driemaal gericht geobserveerd, met vastlegging van de bevindingen in het Peutervolgsysteem. De pedagogisch medewerk(st)er bespreekt dit uiteraard met de ouders. Op verzoek kunnen ouders het Peutervolgsysteem met betrekking tot hun kind inzien. Het wordt na ieder observatie met de betreffende ouders doorgenomen, en bij grote zorg, schaklen we na toestemming van de ouders de zorgcoördinator en/of orthopedagoog in. Het peutervolgsysteem blijft op de peuteropvang in een gesloten kast tot het kind 4 jaar is, en daarna wordt het aan de ouders/verzorgers meegegeven, zo blijven persoonlijke gegevens veilig binnen de opvang.
4.7. Overdrachtformulier
Zodra de overgang naar de basisschool in zicht komt, wordt 2 maanden van te voren het overdrachtformulier ingevuld. Na bespreking met de ouders en schriftelijke toestemming gaat één exemplaar naar de basisschool, één exemplaar is voor de ouders, en de derde wordt digitaal bewaard in het archief voor twee jaar.
4.8 VVE = Vroeg voorschoolse educatie
Onze peuteropvang is een VVE opvang. Peuters die hiervoor in aanmerking komen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
- peutermoet meertalig worden opgevoed
- peuter heeft het op het sociaal/emotioneel vlak nodig (bevestiging door Z.A.T. of zorgcoördinator of consultatiebureau)
- spraaktaalontwikkeling is niet voldoende van de peuter
Als een kind geplaatst is:
- een VVE kind komt minimaal 4 dagdlen per week op de peuteropvang
- de zorgcoördinator vult samen met de ouders de VVE formulieren in, en het toestemmingsformulier
- de zorgcoördinator maakt samen met de pedagogisch medewerkster een plan van aanpak voor het betreffende kind (handelingsplan)
- de pedagogisch medewerkster gaat ieder dagdeel van het kind een moment met de peuter even samenwerken d.m.v. het handelingsplan
- een spelletje spelen (lotto, combineren, tegenstellingen, rollenspel) in de poppenhoek of bij verkleden
- puzzelen samen + het benoemen
- boekjes lezen, plaatjes benoemen
- samen liedjes zingen
de zorgcoördinator komt geregeld langs om met de pedagogisch medewerksters te praten over de ontwikkelingen van het VVE kind, als er geen verbeteringen zijn, worden er extra observaties gedaan door de zorgcoördinator en/of orthopedagoog en vanuit die bevingen weer nieuwe plannen voor het betreffende kind gemaakt, dit alles natuurlijk allemaal in overleg met de ouders/verzorgers van het kind.
Bijlage 1. Wenbeleid
Afscheid nemen is een moment waarop kinderen ervaren dat ze het even zonder jou moeten doen.
Afscheid nemen
- Ga even zitten met je kind en maak bijvoorbeeld een puzzel.
- Zeg vervolgens dat je weggaat en neem duidelijk afscheid (kusje geven, zwaaien).
- Houd het afscheid kort.
- Ga nooit stiekem weg.
- Kom niet terug omdat de peuter huilt.
- Als het kind verdrietig is, draag het dan over aan de pedagogisch medewerk(st)er, zij troost de peuter.
- Vertrouw erop dat er gebeld wordt wanneer het echt niet gaat.
- Als het huilen te lang aanhoud laten we het kind eerder ophalen. Want het moet geen negatieve ervaring zijn in de ogen van het kind. Ons uitgangspunt is dat het kind met plezier naar Pino gaat.
Als je ongerust bent kun je altijd bellen.
Als een kind na verloop van tijd geen plezier beleeft aan het spelen, dan kan een andere manier om te wennen worden afgesproken, bijvoorbeeld later brengen, eerder ophalen.
