SPGB Logo
  • De Stichting
  • de Gruthut
  • Montipeuter
    • Algemeen
    • Groepen
    • Openingstijden
    • Leidsters
    • Pedagogisch beleid
  • Moriaantje
  • Pino
  • Calimero
  • Pinokkio
Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Beuningen

Pedagogisch beleid

Missie

Uitgangspunt is actief te zoeken naar het potentieel van de kidneren en voor elk kind individueel maximale ontwikkeling te stimuleren. Daarbij wordt uitgegaan van de ontwikkelingsfase waarin het kind zich op een bepaald moment bevindt.

Hierbij streeft het montessorionderwijs drie doelen na:

  • De ontwikkeling van het bewustzijn, identiteit, zelfrespect en wil (persoonlijkheid)
  • Het verwerven van bekwaamheid om in het dagelijks, sociale en maatschappelijke leven te kunnen functioneren
  • Een persoonlijke, creatieve, onafhankelijke en verantwoordelijke rol te leren vervullen in de samenleving van nu en morgen

Doelstelling

De doelen leiden ertoe dat in het montessorionderwijs een breed aanbod voorhanden is voor de emotionele, morele, sociale, culturele en cognitieve ontwikkeling van de kinderen.

Pedagogisch klimaat

Uitgangspunt is wederzijdse betrokkenheid, vertrouwen en respect. Pedagogisch medewerk(st)ers scheppen een veilig klimaat waarin de kinderen zich in vrijheid en zelfstandigheid kunnen ontwikkelen. Uiteraard worden hierbij ondersteunende kaders geboden.

In het montessorionderwijs wordt er in het bijzonder voor het jongere kind vanuit gegaan dat de drang tot ontwikkeling van nature is gegeven. Wanneer de juiste omgeving wordt gecreeerd zal het kind de mogelijkheid grijpen om zich te ontwikkelen.

Ontwikkeling

Het kind van 0 tot 3 jaar absorbeert alles uit zijn omgeving  Met zijn "absorberende geest" neemt het enorm veel indrukken op, vormt zijn functies, past zich aan bij de cultuur waarin het kind leeft en verinnerlijkt deze in een continu proces van ontwikkeling. Daarna gaat het kind bewust de indrukken opnemen en verwerken. "Het kind zegt: ik geef er niet om wat u weet, ik wil zelf weten. Ik heb ervaring nodig van de wereld en ik moet dat door eigen moeite ondervinden: behoudt u uw kennis, laat mij de mijne veroveren."

Maria Montessori hanteerde de lijfspreuk "help mij het zelf te doen" Het kind ontwikkelt zich d.m.v. de gevoelige perioden en werkt zodoende aan zijn intellectuele en sociale ontwikkeling. Er zijn verschillende gevoelige perioden, zoals die van de orde, ontwikkeling van motoriek van hand en voet, ontwikkeling van de zintuigen, waarnemen van heel kleine dingen en taal. De montessoripeutergroep zal dus een omgeving moeten bieden waar de peuter zich op zijn eigen ontwikkelingsniveau, in veiligheid en in vrijheid op alle genoemde gebieden kan ontwikkelen. Dit is ook voor onze peutergroep een belangrijk uitgangspunt.

De eigenheid van een kind / normen en waarden

Wij vinden de aandacht voor het individuele kind heel belangrijk. De peuter wordt persoonlijk begroet door de pedagogisch medewerk(st)ers. Wil een kind zich geborgen voelen, dan moet het zich gekend weten. De peuter leert een ander te helpen, hulp te vragen en rekening te houden met elkaar. Binnen dit sociaal gebeuren leert de peuter verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen werk, zijn taakjes en zorg te dragen voor zijn omgeving. De peuters worden ten allen tijde op een positieve wijze benaderd en gestimuleerd.

Daar waar de 'eigenheid' van een kind anderen schade berokkent of belemmert, wordt deze begrensd. We vinden het belangrijk dat een kind leert respect te hebben voor anderen en voor de omgeving. Binnen de maatschappij gelden bepaalde waarden en normen. Wil een kind als een volwaardig lid van de maatschappij kunnen funtioneren, dan zal het zich deze waarden en normen eigen moeten maken.

Verslaggeving

Basis voor het handelen van de pedagogisch medewerk(st)ers is het vasstellen van hetgeen het kind nodig heeft voor de eigen ontwikkeling. Gedurende minimaal 3 perioden tijdens de peuteropvangtijd wordt het kind geobserveerd:

  • maand na binnenkomst,
  • 3 jaar en
  • 3 jaar en 8 maanden

Deze observaties worden verwerkt in ons peutervolgsysteem. Wanneer blijkt dat het kind een intensievere begeleiding in de ontwikkeling nodig heeft, maken de pedagogisch medewerk(st)ers hierop een individueel plan van aanpak. Uiteraard wordt dit met de ouders/verzorgers besproken. Aan het eind van de peuteropvangperiode vullen de pedagogisch medewerk(st)ers een overdrachtformulier in. Dit is bedoeld om de doorgaande ontwikkelingslijn te bevorderen. Dit overdrachtformulier wordt met de ouders/verzorgers besproken tijdens een 10 minutengesprek. Na instemming gaat het overdrachtformulier naar de basisschool.

Een Montipeuter dagdeel

Wij vinden het belangrijk dat een kind een herkenbare structuur geboden krijgt. Wij bieden dit in de vorm van een vaste dagindeling.

Elke dag kent voor een peuter herkenbare onderdelen. Veel activiteiten hebben een zelfde opbouw. Er zijn vaste rituelen voor peuters.

De peuters worden opgevangen in een vast groep, op door de ouders vastgestelde dagdelen, waarbij de peuter dagelijks minimaal 1 vast pedagogisch medewerker ziet. De peuter krijgt de mogelijkheid zich te verplaatsen naar een andere groep, onder toeziend oog van de pedagogisch medewerkster, om daar te gaan spelen.

Indien er sprake is van VVE-dagdelen kan het voorkomen dat het kind in twwe groepen geplaatst wordt, mits daar een voor hem/haar vaste medewerker aanwezig is. Hierbij wordt de emotionele veiligheid gewaarborgd.

Onderdelen van het Montipeuter dagdeel zijn:

  • Vrij spelen: het kind de gelegenheid geven zelf te kiezen waarmee het bezig wil zijn. Door goede observatie kunnen wij zien welke werkjes aanbeboden moeten worden en wij signaleren de gebieden waarop het kind enige stimulans nodig heeft.
  • Kring: een gezellig en sfeervol samenzijn creeren;
  •      - een kring waar ruimte is voor verhaal, emotie, liedjes, versjes
  •      - het vieren van verjaardagen en het afscheid nemen van een vierjarige peuter
  •      - het ontwikkelen van sociale vaardigheden, zoals luisteren naar elkaar
  •      - speciale aandacht voor taalontwikkeling
  •      - lesjes met montessorimateriaal
  • Gezamelijk eten: rustpunt voor de kinderen; Gevoel voor sfeer en gezelligheid ontwikkelen.
  • Opruimen: zorg voor de omgeving; Het leren ordenen en overzien van situaties.
  • Vrij buiten spelen: de kinderen letterlijk en figuurlijk de ruimte bieden; Stimuleren van motorische en sociale vaardigheden, samen spelen, samen delen.

Materiaalgebruik

Door de aanbieding van activiteiten en montessorimaterialen wordt de motoriek, kennis en fantasie gestimuleerd. Voor iedere ontwikkelingsfase is ander materiaal nodig. Wij maken het kind vertrouwd met deze materialen.

Het doel van montessorimateriaal is dat het kind komt tot:

  • een zelfstandig experimenteren waarbij de zintuigen worden geprikkeld
  • scherper waarnemen door onderscheiden, vergelijken en combineren
  • leren van verschillen en overeenkomsten en het komen tot ordenen van indrukken en vormen van begrippen, waardoor het denken wordt ontwikkeld.

Naast montessorimateriaal kan het kind ook kiezen voor andere activiteiten en ontwikkelingsmaterialen:

Puzzelen, schilderen, kleuren, of spelen in 1 van de ´hoeken´. De activiteiten geschieden individueel of groepjes. De peuters raken vertrouwd met de gedragsregels in de groep. Zij verzorgen bijvoorbeeld hun eigen plantje en hebben hun eigen tafeltje.

Voor specifieke voorbeelden lees dan ook de bijlage:

Voorbereide omgeving

Montessorimateriaal

Ontwikkelingslessen

Oudercontacten

In het belang van een goede begeleiding van een peuter investeren wij in goed contact met de ouders. Ouders kunnen plaatsnemen in een oudercommissie en worden actief betrokken bij diverse activiteiten. Bij een eerste kennismaking krijgen ouders uitleg over de dagindeling en de materialen. Er ligt voor de ouders een uitgebreide informatiemap ter inzage. Er is voor ouders ten allen tijde de mogelijkheid een tussentijds gesprek aan te vragen of een ochtend mee te draaien. Ieder jaar wordt er een ouderavond georganiseerd. Dit kan een thema-avond zijn, of een avond waarop ingegaan wordt op de dagelijkse gang van zaken. Eigen inbreng van ouders is hierbij altijd van harte welkom.

Doorverwijzen van peuters

Wanneer gesignaleerd wordt dat een peuter mogelijk doorverwezen moet worden naar andere instanties wordt de privacy gewaarborgd. Een pedagogisch medewerk(st)er zal enkel signaleren, nooit een diagnose stellen. Zij is degene die contact met de ouders opneemt. De coordinerend pedagogisch medewerk(st)er wordt wel geinformeerd over het feit dat dit contact gaat plaatsvinden, maar ontvangt geen informatie over de aard van het gesignaleerde zonder toestemming.

Deskundigheidsbevordering

Regelmatig vinden er bijscholingsmomenten plaats.

Bijlage

Er wordt gewerkt met htema's volgens een jaarplanner. Bij de uitwerking van deze thema's wordt rekening gehouden met het volgende:

De voorbereide omgeving

  1. Ontwikkeling van de motoriek
  2. Ontwikkeling van de zintuigen
  3. Taalontwikkeling
  4. Kosmische opvoeding / onderwijs
  5. Ontwikkeling van tellen en rekenen
  6. Kunstzinnige vorming (beeldend, muziek, dans, drama, audiovisueel)
  7. Ruimtelijk inzicht
  8. Rusthoek
  9. Veilig met uitnodigende materialen op ooghoogte
  10. 3,5 m2 per peuter lokaalruimte
  11. Voor ieder kind een eigen plek, tafel stoeltje
  12. Vrije ruimte voor groepsactiviteiten op vloerkleed

Voorbeelden:

  • Keuken / natte hoek
  • Aandachtstafel / thematafel
  • Natuurtafel
  • Ontdekhoek
  • Leeshoek
  • Poppenhoek (illusie- / rollenspel)

Oefeningen voor het dagelijks leven: de zelfredzaamheid wordt gestimuleerd door o.a.

  • Zelf handen wassen, jas aan en uit, schoenen aan en uit, toiletgebruik, neus snuiten.
  • Vouwen (kleedjes e.d.), (vegen, stoffer en blik, afwassen, afdrogen, schoolbord, tafels, ramen wassen, plant verzorgen)
  • Scheppen, zeven, schroeven en moeren hanteren, wringen, gebruik van suikertang, openen en sluiten van doosjes en flesjes

MONTESSORIMATERIAAL

  • Cilinderblokken (A,B,C,D), geleurde cilinders (geel, rood, groen, blauw)
  • Roze toren, bruine trap, rode stokken
  • Kleurspoelen (drie en elf paren doos, nuancedoos)
  • Materiaal voor het gevoelig maken van de vingers
  • Ruw - glad materiaal (eerste, tweede plank, vijf gradaties)
  • Geheimzinnig tasje met inhoud
  • Gehoorkokers, zakjes, (minstens 3 van ieder)
  • Geometrische lichamen, grondvlakken, constructieve driehoeken
  • Aanbiedingsraam, kastje met geometrische figuren (bijbehorende kaarten)
  • Rekenstokken
  • Omtrekfiguren

ONTWIKKELINGSLESSEN

Omgangsvormen

  • Hand geven
  • Deur openen en sluiten
  • Stoel aanschuiven
  • Stoel dragen
  • Op je beurt wachten
  • Hulp vragen
  • Kleedje uit- en oprollen
  • Vragen of je ergens langs of bij mag

Motorische ontwikkeling

  • Schenken, scheppen, ramen zemen, zeven afwassen, vegen, sorteren
  • Streeplopen
  • Klimmen en klauteren
  • Gooien, vangen, voetballen
  • Evenwichtsoefeningen
  • Fietsen (driewieler), steppen
  • Puzzelen
  • Bouwen, construeren
  • Tekenen (krijt, potlood, stift)
  • Verven (vingers, kwast), stempelen, sjabloneren
  • Kleien
  • Plakken, scheuren, knippen
  • Borduren, prikken, rijgen, wezven

Verzorgen van planten (eventueel dieren, rekening houdend met eventuele allergieen)

Werk en spel buiten

  • Buitenspeelmaterielen
  • Tuingereedschap
  • Zo mogelijk door kind zelf gepakt, gebruikt, opgeruimd

 

GROEPSSAMENSTELLING

  • Heterogeen (leeftijd gemengde groep van 2 tot 4 jarigen)
  • Maximaal 14 kinderen per groep
  • Vaste pedagogisch medewerk(st)er

ONDERSTEUNING

  • Er wordt een stageplaats geboden aan leerlingen van SPW-3, studenten PABO en pedagogiek.
  • Er wordt ouderhulp ingeschakeld bij niet-dagelijkse activiteiten.

PEDAGOGISCH MEDEWERK(ST)ERS

  • 2 gekwalifiseerde pedagogisch medewerk(st)ers per groep (min. SPW 3 + montessoridiploma)
  • Gericht op en respect voor kinderen
  • Gedraagt zich relatief terughoudend in de groep met
  •      - Een rustig gedrag
  •      - Een zachte stem
  •      - Een afwachtende houding
  •      - Een correcte articulatie
  • Stelt regels, creeert goede en veilige speel- leeromgeveving
  • Pedagogisch medewerk(st)er biedt in die omgeving de mogelijkheid tot
  •      - Individuele keuze (ingegeven door gevoelige periode)
  •      - Spontane activiteit
  •      - Vrijheid van eigen tempo
  •      - Herhaling van handelen, regelmatig terugkerende groepsactiviteiten
  • Stimuleert, observeert
  •      - Systematisch, individueel kind maar ook gehele groep
  •      - Pedagogisch medewerk(st)er houdt registratie bij (peutervolgsysteem)
  •      * Werkhouding, interesse, gevoelige periode, mate van concentratie,   zelfredzaamheid
  •      * Gedrag van het kind, houding t.o.v. andere peuters, volwassenen en omgeving, samenwerking
  •      * Ontwikkeling van de motoriek van het kind, grove motoriek, fijne motoriek, hand - oog coordinatie
  •      * Taalontwikkeling, Begripsvorming, passieve en actieve woordenschat, uitspraak, zinsbouw
  •      - Pedagogisch medewerk(st)er maakt plan van aanpak per kind m.b.t.
  •      * Ontwikkelingsleeftijd
  •      * Gevoelige perioden
  •      * Belangstelling
  •      * Karakter
  •      * Behoefte om alleen of samen te werken
  • Heeft regelmatig contact met ouders
  •      - intake gesprek bij binnenkomst,
  •      - kort overleg tussendoor en n.a.v. peutervolgsysteem
  •      - afsluitind 10 minuten gesprek n.a.v. overdrachformulier
  •      - Ouderdag en / of informatieavond m.b.t. pedagogische uitgangspunten
  •      - Betrekt ouders bij organiseren van activiteiten binnen de groep
  • Bezoek en contact met montissori basisschool de Triangel
  •      - Groepsbezoek
  •      - Doorsturen van overdrachtformulier
  •      - Bewaken van ononderbroken ontwikkelingslijn
  • Bijwonen van regionale of landelijke bijeenkomsten

 

 

 

 


valid xHTML 1.0 strict & css - design © 2005-2007 Parallel Dimension