SPGB Logo
  • De Stichting
  • de Gruthut
    • Algemeen
    • Groepen
    • Openingstijden
    • Leidsters
    • Pedagogisch beleid
  • Montipeuter
  • Moriaantje
  • Pino
  • Calimero
  • Pinokkio
Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Beuningen

Pedagogisch beleid

Inhoudsopgave

  1. Inleiding en doelstelling
  2. Werkwijze
       * Het wennen op de peuteropvang.
       * Goed afscheid nemen van je peuter.
       * Dagindeling.
       * Feestvieren en bijzondere activiteiten.
       * Verzorging, veiligheid en hygiëne.
       * Contacten en samenwerking met ouders.

1. Inleiding en doelstelling

Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Beuningen heeft een algemeen pedagogisch beleidsplan. Uiteraard werkt ook peuteropvang  “de Gruthut” volgens dit plan.
Toch bestaan er verschillen in de invulling bij de locaties afzonderlijk.
Wij hebben die voor peuteropvang “de Gruthut” alsvolgt omschreven.
    
Peuteropvang “de Gruthut” heeft als doelstelling om peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar een veilige voorschoolse omgeving te bieden, waarin ze op een speelse, ongedwongen wijze gelegenheid hebben vaardigheden op te doen. Zij leren omgaan met andere peuters, volwassenen en leren functioneren en educatie op te doen, zowel individueel, als in een grotere groep.

De peuter heeft behoefte aan veiligheid en structuur enerzijds, maar er is ook behoefte om de wereld om zich heen te verkennen.
Om deze uitgangspunten tot hun recht te laten komen hebben we zoveel mogelijk een vaste groepsindeling , dagindeling en een consequente houding. Gedurende het vrije spel bestaat voor de peuter de mogelijkheid op verkenning en ontdekking uit te gaan.
Tijdens de gestructureerde activiteiten  wordt een beroep gedaan op zijn luisterhouding en cognitieve vaardigheden.

Iedere peuter ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en naar eigen aanleg. Peuters hebben  behoefte aan een individuele benadering. De peuteropvang biedt de peuter daarnaast de mogelijkheid zich in groepsverband te ontplooien. Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan samen werken, samen delen en bevorderen van sociaal gedrag.
Wij proberen beide aspecten zo evenredig mogelijk aan de orde te laten komen en te stimuleren. Wat betreft de wenprocedure hebben we t.a.v. de “regels” een wat soepeler houding maar leggen dit wel uit aan de andere peuters. “Hij moet het allemaal nog leren en wij weten al hoe het moet”.

Peuters gaan binnen onze peuteropvang veel zelf op verkenning uit maar er wordt ook materiaal aangeboden. Bijna al het materiaal staat voor de peuters op ooghoogte. Zij kunnen dus zelf kiezen uit de hoeveelheid aan materiaal. De wat “moeilijkere” werkjes worden door ons aangeboden of door de peuters aan ons gevraagd.
Wij leren de peuters dat alles een vaste plaats heeft (kasten zijn voorzien van afbeeldingen), zij ruimen (samen met een van de pedagogisch medewerksters)  zelf hun werkjes weer op. Ook is het de bedoeling dat het materiaal in de daarvoor bestemde hoeken blijft (denk aan bouwhoek en poppenhoek). 

Een peuter wil graag alles zelf doen en houdt ervan om te helpen. Door hem zoveel mogelijk te betrekken bij verzorgende karweitjes wordt  de zelfstandigheid en het gevoel van eigenwaarde bevordert. Wij stimuleren dit door o.a. het zelf wegzetten van fruit en drinken, zelf materiaal pakken, zelf de jas gaan halen en naar het toilet (als dit haalbaar is) en het gezamenlijk opruimen.

De peuteropvang wil een bijdrage leveren aan het aanleren van normen en waarden.
Ten aanzien van voeding: fruit meegeven voor het eetmoment , geen snoep trakteren op verjaardagen en festiviteiten (tractatiebeleid hangt op een voor ouders zichtbare plaats zodat zij hier een keuze uit kunnen maken) Wij stimuleren peuters te wachten op elkaar, zingen eerst een liedje voordat we samen gaan eten (ook de pedagogisch medewerksters eten fruit). 

Wij vinden het niet prettig wanneer de peuters schelden, schreeuwen of vieze woorden gebruiken. Wij geven aan dat wij het niet prettig vinden dat ze dit doen. Dit doen we volgens de Gordon methode. “Ik vind het niet fijn dat...........”
Wij stimuleren zoveel mogelijk een sfeer waarin  samengespeeld, gewerkt en gedeeld wordt. Bij signalering van ruzies grijpen we in als de peuters niet zelf tot een oplossing kunnen komen. We proberen oorzaak en gevolg voor de peuters duidelijk te krijgen zodat we het “conflict” kunnen oplossen.

2. Werkwijze

De peuteropvang groep bestaat uit maximaal 14 peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Door deze verticale opbouw “leren” de jongere peuters van de oudere.
De peuters worden begeleid door twee pedagogisch medewerkers. Voor onze peuteropvang zijn dat steeds dezelfde medewerkers  (alleen bij ziekte of verlof  is er een invaller). Het is mogelijk dat er op een of meer dagdelen een stagiaire aanwezig is. Van haar/hem wordt verwacht het pedagogisch beleidsplan in te zien en te werken volgens onze visie. 

Het wennen van de peuter op de peuteropvang.

Het C.B. (Centraal Bureau) geeft de pedagogisch medewerkster door wanneer er een nieuwe peuter wordt geplaatst. De pedagogisch medewerkster stuurt het informatieboekje en een welkomstkaart met daarop de dagen dat de peuter de peuteropvang gaat bezoeken. De ouder wordt uitgenodigd voor een kennismaking samen met de peuter waar we samen het aanmeldformulier en enkele belangrijke aspecten bespreken. Daarnaast bieden we de ouder de mogelijkheid om het eerste dagdeel  mee te draaien.
De peuter en zijn ouder worden door beide pedagogisch medewerksters welkom geheten. De peuter krijgt de gelegenheid om tijdens het vrije spel al dan niet met de ouder de ruimte te verkennen.
In de kring wordt de nieuwe peuter voorgesteld aan de andere peuters. Ook de peuters stellen zich voor aan de nieuwe peuter (dit doen we met een namenspel).
Door het meedraaien op zo’n eerste dagdeel krijgt de ouder een beeld van wat er gedurende een dagdeel gebeurt.
Tijdens dit dagdeel wordt duidelijk aandacht besteed aan het afscheid nemen van je peuter (onderstaande tekst is opgenomen in het informatieboekje wat de ouder ontvangt tesamen met de welkomstkaart).

Goed afscheid nemen van je peuter.

Voor je peuter is elk afscheid een beetje groeien. Afscheid is een moment waarop hij leert dat hij het even zonder jou moet doen. Als hij na een paar keer afscheid nemen op de peuteropvang, weet dat hij een leuke speeldag in het verschiet heeft ( en jou straks weer zal zien) zal hij minder moeite hebben om je los te laten.

Houd het afscheidsmoment kort, maar neem wel de tijd om je peuter samen met jou aan de omgeving te wennen.Dat betekent dat je ook even gaat zitten, een puzzeltje maakt, al is het maar vijf minuten. Meestal laat je peuter al na een paar minuten zijn ogen rond gaan en ontdekt een speeltje of een vriendje. Zeg vervolgens dat je weggaat en neem duidelijk afscheid (kusje, even zwaaien). Ga nooit stiekem weg!
Ongemerkt weggaan, hoe goed bedoeld ook, kan het vertrouwen schaden.
Wanneer de peuter bij het afscheid nemen verdrietig is wordt hij getroost door een van de pedagogisch medewerksters. Zij benoemt het verdriet van de peuter en neemt hem serieus.
Zij wijst de ouder erop dat het meestal maar even duurt, en dat het voor de peuter beter is het afscheid niet te lang te maken. Er mag altijd naar de peuteropvang gebeld worden om te informeren hoe het met de peuter gaat. Samen met de pedagogisch medewerkster gaat de peuter de ouder uitzwaaien. De pedagogisch medewerkster gaat samen met deze peuter een puzzel maken of in een van de hoeken spelen.
Indien de pedagogisch medewerkster er niet in slaagt de peuter te troosten, zal zij contact opnemen met ouder. Als de peuter na ongeveer 4 dagdelen nog geen plezier beleeft aan de peuteropvangbezoeken wordt in overleg besloten of de ouder enkele dagdelen wil meedraaien of het bezoek tijdelijk wil stoppen.

De dagindeling.

  1. De ontvangst.
  2. Het vrije spel.
  3. Het opruimen.
  4. De kring.
  5. Het eten en drinken.
  6. Het buitenspel.
  7. De creatieve activiteit.
  8. Thema activiteiten (poppenkast, verhaal, spel)
  9. Taal activiteiten.
  10. Afsluiting van het dagdeel.

Flexibiliteit is een van de belangrijkste eigenschappen waarover de pedagogisch medewerksters moeten beschikken. Bovenstaande indeling wordt, omwille van de sfeer in de groep, niet altijd gevolgd.

1. De ontvangst:

De peuters komen de peuteropvang binnen. De peuter en zijn ouder worden door de pedagogisch medewerksters begroet. Materiaal staat uitnodigend klaar. De peuter heeft de gelegenheid zelf een keuze te maken. De ouder speelt indien nodig even mee (puzzel, boekje lezen).
De peuter gaat in alle rust spelen en er is tijd en ruimte voor een kort gesprekje met de peuter en / of ouder.
Samen met de peuter nemen we afscheid. De peuter moet weten dat de ouder weggaat (meestal zwaaien we bij het raam).

2. Het vrije spel:

Wanneer de ouders vertrokken zijn gaan de peuters verder met hun spel.
De pedagogisch medewerksters hebben gedurende het vrije spel een belangrijke rol, zij hebben aan de ene kant een afwachtende houding maar grijpen in daar waar nodig omwille van de rust en de sfeer in de groep.
Aan de lage tafels hebben de peuters de mogelijkheid bezig te gaan met zelf gekozen ontwikkelingsmateriaal of andere activiteiten die worden aangeboden. Voor de pedagogisch medewerksters is dit een moment van observeren en aanbieden van materiaal waar de peuter aan toe is.
Aan de ergotafel wordt een knutselactiviteit aangeboden. De peuters worden gestimuleerd en uitgenodigd hun “werkje” naar eigen kunnen te maken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid een eigen tekening of plakwerk te maken (ook voor speciale gelegenheden zoals verjaardagen is er ruimte iets te maken aan deze tafel). Gedurende deze activiteiten wordt een bijdrage geleverd aan de cognitieve-  en creatieve ontwikkeling.
Verder is de ruimte verdeeld in hoeken (poppenhoek, bouwhoek, speelhuis, leeshoek).
De peuters kiezen zelf waarmee en met wie zij spelen. Zij hebben de vrijheid om te wisselen van spel, speelgoed en “maatje(s)”.
Tijdens het rollenspel en vrije spel wordt een bijdrage geleverd aan de sociaal emotionele  ontwikkeling van de peuter.

Er gelden tijdens het vrij spel de volgende regels:

  • Wat in de diverse hoeken wordt aangeboden blijft daar ook. Dit om het geheel overzichtelijk en rustig te houden.
  • Er wordt niet met speelgoed gegooid of met rijdend materiaal gebotst. Dit om schade aan elkaar en materiaal te voorkomen.
  • In de ruimte wordt niet gerend of gegild. Wij vinden dat dit het spel verstoort.
  • Er wordt vriendelijk met elkaar gesproken.
  • Er wordt geen materiaal “afgepakt” maar gewacht tot de peuter er niet meer mee speelt. Soms komen de peuters samen tot een oplossing".
  • Er mogen geen voorwerpen meegenomen worden op de glijbaan. We gaan bij de trap omhoog en langs de glijgoot naar beneden.
  • Er mag niet geslagen, geduwd, gekrabd of gebeten worden. We proberen d.m.v. praten tot oplossingen te komen.

Wanneer een peuter zich niet aan de regels houdt, proberen we duidelijk te maken wat hij  fout doet en leiden hem af van de situatie of doen voor hoe het wel moet.
Mocht dit niet het gewenste resultaat hebben dan wordt de peuter even apart gezet op een stoeltje in de ruimte. Nadat de peuter even gezeten heeft benoemen we nogmaals waarom hij apart is gezet en maken het weer “goed” (kusje, knuffel).
Wanneer zich een dergelijk voorval heeft voorgedaan geven we dat door aan de ouder zodat ook zij op de hoogte is van het gedrag. We geven wel aan dat het opgelost is!

3. Het opruimen:

Tussen 10.00 uur en 10.15 uur geeft de pedagogisch medewerkster aan dat we gaan opruimen. We gaan op de rode cirkel zitten en er wordt een opruim liedje gezongen. Dan worden de taakjes verdeeld zodat alle peuters meedoen. De pedagogisch medewerksters helpen mee en stimuleren de peuters. Daarna gaan de peuters die zindelijk zijn naar het toilet (indien nodig). Dit is ook het moment waarop de niet zindelijke peuters worden verschoond ( in overleg met de ouder).

4. De kring:

Na het opruimen zetten de peuters samen met de pedagogisch medewerksters de stoelen in de kring.
We kiezen voor een kring omdat:

  • De relatie pedagogisch medewerkster..............peuters en omgekeerd het beste tot zijn recht komt. Uiteraard geldt dit ook voor peuters onderling.
  • Er staat niets tussen dat stoort of uitnodigt tot ongewenst gedrag ( b.v. kiekeboe onder de tafel).
  • De peuters hebben in de kring optimale mogelijkheden om te bewegen waar het om dans, muziek en / of bewegingsspel gaat.
  • Er is plaats voor de wiebelwip of de draaimolen.

Tijdens de kring worden:

  • De knutselwerkjes die gemaakt zijn besproken
  • Liedjes gezongen (met wiebelwip of draaimolen).
  • Nieuwe liedjes aangeleerd.
  • Verhaaltjes verteld door pedagogisch medewerkster en peuters.
  • Mededelingen gedaan (denk aan verstoppen cadeau vader/moederdag, thema uitleggen).
  • Spelletjes gedaan.
  • Nieuw materiaal aangeboden.
  • Verjaardagen gevierd.
  • Nieuwe peuters voorgesteld (met een liedje Dag nieuw vriendje ... en een namenspelletje).

In de kring willen we de peuters stimuleren naar elkaar te luisteren, uitdagen om mee te doen met de gebaren van de liedjes / versjes, zelf iets te vertellen. De kring wordt met een versje (‘de olifant’) afgesloten.

5. Het eten en drinken:

Na de kring mogen de peuters een plaats zoeken aan de tafel. Zij dragen zelf (op de goede manier) hun stoeltje. De pedagogisch medewerksters delen de bekers en de bakjes uit.
De peuters wachten met eten en drinken tot iedereen zijn bakje en beker  heeft en er een gezamenlijk eetliedje gezongen is.
Wij kiezen ervoor om aan de tafel te eten en drinken omdat het risico van knoeien beperkt wordt. Het gezellig aan tafel zitten bevordert de eetlust en geeft de gelegenheid tot sociale contacten. Er wordt gestimuleerd netjes te eten (mond gesloten, niet praten met volle mond) en ook je bakje leeg te eten en de beker leeg te drinken. We sluiten af met een liedje.

6. Het buitenspelen:

Bij goed weer gaan alle peuters na het eten en drinken naar buiten. Zij pakken zelf hun jas en worden door de pedagogisch medewerksters (indien nodig) geholpen die aan te doen.
Buiten mogen de peuters fietsen, rennen, ballen, in de zandbak etc. Ook hier geldt weer dat we niets van elkaar afnemen maar in overleg ruilen of op elkaar wachten.
Bij slecht weer doen een gezamenlijke ( bewegings ) activiteit in het lokaal.
Het komt voor dat we twee keer buiten spelen, dit doen we met name als de groep erg druk is of bij warm weer.

7. Creatieve activiteit:

Wij passen de creatieve activiteit zo flexibel mogelijk binnen het dagdeel.
Peuters zijn in de gelegenheid te (verven), kleuren, plakken en kleien tijdens het vrije spel.

8. Thema activiteit:

Regelmatig werken we met een thema. Naar ouders geven we hier informatie over d.m.v. een aankondiging in de tasjes of aan de themawand in de hal( woorden waar we specifiek mee bezig gaan en voorwerpen die aan de orde komen). Ook worden de thematafel en de boekenkast aangepast.
Door een poppenkastverhaal of een prentenboek,  aangepaste liedjes en versjes, een knutselactiviteit verdiepen we ons samen met de peuters in dit thema zodat het gaat “leven”. Tijdens het vrije spel kunnen de peuters met het materiaal van de thematafel “spelen” zodat ze er op die manier bekendheid mee krijgen.
Thema’s die aan de orde komen zijn o.a Naar de speelzaal, Herfst, Sinterklaas, Kerst, Carnaval, Pasen, Boerderij, Circus. Ook komt het voor dat we van een speciaal prentenboek een thema maken

9. Taal activiteit:

Uiteraard wordt er veel aandacht besteed aan de taal- spraakonwikkeling. Peuters worden gestimuleerd en uitgelokt tijdens het gehele dagdeel. De pedagogisch medewerksters benoemen wat ze doen, zowel individueel als in de grote groep. De pedagogisch medewerksters laten peuters vertellen wat ze meegemaakt hebben (kringgesprek).
We bespreken hetgeen ze gemaakt hebben aan de knutseltafel in de kring.
Dagelijks wordt er gelezen, in de leeshoek aan de peuters individueel, maar ook in de grote groep. 
Thema aanbod (zie boven)
Er worden dagelijks liedjes gezongen.
Ook maken we gebruik van cd’s (liedjes) en dvd’s (digitale prentenboeken).
We zijn ons ervan bewust dat voor de sociale contacten taal erg belangrijk is, daar waar nodig bieden we de peuter extra ondersteuning.

10. Het afsluiten van het dagdeel:

Wanneer de ouder arriveert mag de peuter naar huis. De ouder is op het moment van aankomst verantwoordelijk voor de peuter. Zij pakken samen het tasje in.
Zij krijgen hun eventuele zelfgemaakte werkjes mee. Ook stimuleren we de peuters om samen het buitenmateriaal weer op te ruimen. Tijdens het ophalen van de peuters hebben de pedagogisch medewerksters  gelegenheid kort van gedachte te wisselen met de ouder. De pedagogisch medewerkster neemt van iedere peuter afzonderlijk afscheid. Meestal met een knuffel. Tot......... (volgende dagdeel waarop de peuter komt).

Feestvieren en bijzondere activiteiten.

Feesten die we vieren op de peuteropvang:

  • Sinterklaas
  • Kerstmis
  • Carnaval
  • Pasen
  • Verjaardagen
  • Uitstapje
  • Peuterfeest

We vieren deze feesten omdat ze begrijpelijk zijn voor de peuters, aansluiten bij de thuissituatie en uitstekend passen binnen het thema aanbod van de peuteropvang.
Veel aandacht wordt besteed aan de verjaardag van de peuter. De ouder mag dit dagdeel meevieren.  
Er wordt een kroon gemaakt, de peuter mag op de feeststoel in de kring, krijgt op een tafeltje voor hem een ‘taart’ met kaarsjes en een mandje met cadeautjes, waarvan hij er een mag uitzoeken. We doen de gordijnen dicht om het extra sfeervol en spannend te maken.
Er worden liedjes gezongen, de kaarsjes worden uitgeblazen en dan komen de instrumenten waarmee we naar hartelust muziek maken. We ruimen samen de instrumenten op en dan gaan alle oogjes dicht voor het grote moment DE TRAKTATIE.
Deze wordt samen met de ouder uit de keuken gehaald. Een voor een wordt de jarige peuter door de andere peuters gefeliciteerd en wanneer iedereen wat heeft gaan we smullen (er mag beslist niet op snoep getrakteerd worden).

Het gezamenlijk vieren van de verjaardagen kan veel positieve aspecten hebben.

  • de jarige kijkt uit naar deze gebeurtenis.
  • de jarige wordt thuis vaak betrokken bij het maken van de traktatie.
  • de jarige kan de aandacht als positief ervaren (stimuleert zelfvertrouwen).
  • andere peuters leren omgaan met het feestgevoel.
  • de wat stillere peuters zijn vaak ongeremder met een instrument.
  • het saamhorigheidsgevoel wordt bevorderd.

Alle festiviteiten worden in de eigen groep gevierd. Dit om de sfeer zo rustig mogelijk te houden. Zo blijft alles overzichtelijk zowel voor de peuter als de pedagogisch medewerksters.
Alleen het peuterfeest aan het einde van ieder schooljaar is bestemd voor alle peuters samen met hun ouders, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s.
Een enkele keer maken we een uitstapje met de peuters (passend in een thema).
Wanneer dit aan de orde is worden we geholpen door de leden van de oudercommissie met de organisatie en het aantal extra begeleiders.

Verzorging, veiligheid en hygiëne

In ons dagprogramma komen de volgende verzorgende taken aan de orde:

  • Het opbergen van materiaal waarmee gewerkt wordt.
  • Het schoonmaken van materiaal.
  • Het verzorgen van de inrichting

Bij al deze taken proberen we de peuters zoveel mogelijk te betrekken.
Wanneer zij klaar zijn met een werkje wordt van hen verwacht dat zij dit zelf, of samen met een van ons, terug zetten. Oudere peuters stimuleren dit door de jongste te helpen. De pedagogisch medewerkster stimuleert dit door peuters te complimenteren en te bedanken. Door op afstand de peuters te blijven volgen kan de pedagogisch medewerkster daar waar nodig peuters aanspreken en ondersteunen.

Wanneer een van de peuters een poepluier heeft wordt deze direct verschoond.
Ouders geven zelf aan wanneer zij het nodig vinden dat de peuter tijdens het dagdeel ook verschoond moet worden van een natte luier.
Wanneer thuis de zindelijkheidstraining is begonnen willen wij daar zoveel mogelijk op aansluiten. In overleg met de ouder zullen wij de peuter hierin begeleiden.
Zindelijke peuters mogen, wanneer zij dat kunnen, zelfstandig naar het toilet. Uiteraard houden we op de achtergrond een oogje in het zeil.
En uiteraard geldt: NA HET POEPEN EN PLASSEN; HANDEN WASSEN.

Wanneer we gedurende het dagdeel buiten spelen wassen we alvorens we naar binnen gaan onze handen (dit gebeurt voornamelijk ’s zomers, we spelen dan ook voor het fruithapje buiten). We attenderen hierop ook de ouders als we het dagdeel buiten afsluiten.
Ook na het verven en plakken worden de handen gewassen. Dit uiteraard ter voorkoming van vlekken in kleding en bevuilen van materiaal.
Wij zijn van mening dat een snotneus geen aantrekkelijk gezicht is. Vandaar dat deze direct schoongemaakt worden, met voor iedere peuter een schoon velletje van de keukenrol.

Ten aanzien van de inrichting van de ruimte gelden normen van de GGD  betreffende veiligheid en hygiëne.
Kapot speelgoed wordt gemaakt of vervangen.
Levende dieren zijn op de peuteropvang niet toegestaan(allergie, angst).
De peuters mogen binnen niet rennen.
Ontwikkelingsmateriaal wat kleine onderdelen bevat wordt alleen onder begeleiding van de pedagogisch medewerkster aangeboden.
Drie tot vier maal per jaar wordt de ruimte in samenwerking met ouders schoongemaakt. Materiaal wordt schoongemaakt, poppenkleding, knuffels en verkleedkleren worden gewassen.
Na ieder dagdeel worden toiletten gereinigd en het lokaal gedweild.
Wij verzoeken ouders braken, diarree, infectieziektes, hoofdluis te melden aan de pedagogisch medewerksters. Zij kunnen hier dan op adequate wijze mee omgaan.
Wordt de peuter tijdens het dagdeel ziek dan wordt de ouder verzocht de peuter te komen halen (wij gaan er van uit dat er altijd iemand gebeld kan worden).
De pedagogisch medewerkster is alert op wat er gebeurt tijdens het dagdeel. Mochten er zich gevaarlijke situaties voordoen dan leg je dit uit aan de peuter en probeert hem ervan te weerhouden.
Wanneer een peuter zich bezeert, blijven we zo kalm mogelijk. We nemen hem even apart troosten hem en verzorgen de eventuele verwondingen. Andere peuters die dat willen mogen de desbetreffende peuter ook troosten.
Mocht de situatie dusdanig zijn dat deskundige hulp nodig is dan wordt deze ingeschakeld. Wanneer het kan in overleg met de ouders zoniet dan worden deze zo spoedig mogelijk benaderd. We blijven echter kalm en trachten de andere peuters af te leiden. DE PEDAGOGISCH MEDEWERKSTER LAAT DE GROEP NOOIT ALLEEN!

In geval van calamiteiten is op de peuteropvang een calamiteitenplan aanwezig.
Een van de pedagogisch medewerksters is in het bezit van een BHV diploma. Zij zal bij calamiteiten de leiding nemen om een en ander zo goed mogelijk te laten verlopen.
Een maal per jaar oefenen we in beide groepen de ontruiming.

Contacten en samenwerking met ouders

Contactmomenten met ouders zijn:

  • de haal- en brenggesprekken
  • meedraaien (niet verplicht)
  • telefonisch (voor en na het dagdeel)
  • op afspraak
  • ouderavond
  • nieuwsbrief
  • peutervolgsysteem en overdracht
  • hulp bij activiteiten 

Belangrijk in het contact is: Interesse tonen voor de peuter en zijn ouders en begrip hebben voor de gekozen leefwijze. Door met de ouder een goed contact op te bouwen is er een sfeer van openheid en vertrouwen waarin zowel de ouder als de pedagogisch medewerkster informatie omtrent de peuter kan uitwisselen. De privacy dient uiteraard gewaarborgd te blijven. Door het eigen enthousiasme te etaleren wordt een grotere interesse van de ouders gewekt, zodat zij betrokken zijn bij de activiteiten van de peuteropvang (bv. uitstapjes, festiviteiten).

Informatie uitwisseling en afstemming over de peuter

Zie ook: Contactmomenten. Wij willen graag op de hoogte zijn van bijzonderheden van de peuter zelf ( knuffel, angsten, voeding) en ook van de  belevenissen en belangrijke gebeurtenissen die thuis aan de orde zijn. In het kringgesprek, of een gesprekje met de peuter, kunnen we hier aandacht aan schenken. Wat betreft de ontwikkeling van de peuter zijn de haal- en brenggesprekken van belang en uiteraard wederom de openheid in contact.

Door de pedagogisch medewerksters wordt voor iedere peuter een peutervolgsysteem bijgehouden. Het systeem bestaat uit een observatielijst met drie observatiemomenten. Op deze manier wordt de ontwikkeling en individuele ontplooiing van iedere peuter gevolgd. Na ieder invulmoment geeft de pedagogisch medewerkster dit volgsysteem aan de ouder ter inzage en kan hierover van gedachte worden gewisseld. Wanneer wij ons zorgen maken over de ontwikkeling kan dat worden vastgelegd en besproken. Er wordt een plan van aanpak opgesteld en indien gewenst wordt een gesprek met de zorgcoördinator gepland. 
De zorgcoördinator bezoekt de peuteropvang 2x per maand ter ondersteuning van de pedagogisch medewerksters. Indien nodig zal zij voor vervolgstappen met de ouders overleggen. Op deze wijze wordt de ontwikkeling van de peuter zorgvuldig bewaakt en waar nodig extra ondersteund.                                                                                                Daarnaast bezoekt de logopedische dienst 1x per jaar de groepen om de taal-spraakontwikkeling te observeren (ouders geven vooraf toestemming door een formulier in te vullen). Indien nodig geeft de logopedische dienst advies en voorlichting aan de ouders. 

Voor VVE peuters (meertalige peuters, peuters met een ontwikkelingsachterstand) wordt een dossier aangelegd met een stappenplan voor de ontwikkelingsstimulering( dit alles in overleg met de zorgcoördinator). Deze peuters komen verplicht 4 keer op de peuteropvang om ze de kans te geven goed voorbereid te zijn op de basisschool.
Aan het eind van de peuteropvangperiode wordt voor iedere peuter een overdrachtformulier ingevuld waarbij de gegevens van het peutervolgsysteem worden verwerkt. Dit overdrachtformulier wordt samen met de ouder besproken. Het peutervolgsysteem en overdrachtformulier worden aan de ouder op papier meegegeven en digitaal opgeslagen op het kantoor van de SPGB. Een digitale versie van het overdrachtformulier gaat naar de basisschool die de peuter gaat bezoeken.  
Basisscholen uit de gemeente Beuningen zijn op de hoogte van deze verslaglegging.

Ouderparticipatie.

Peuteropvang “De Gruthut” heeft een oudercommissie die samengesteld is uit ouders van peuters die de peuteropvang op dat moment bezoeken. Zij hebben plusminus vier keer per jaar overleg met elkaar en met de pedagogisch medewerksters.
Naast de oudercommissie worden de ouders betrokken bij de jaarlijkse activiteiten die de peuteropvang organiseert waarbij ouderhulp gewenst is (zie ook Feestvieren en bijzondere activiteiten). Ook kan ouderhulp gevraagd worden bij het aanpassen van het buitenterrein of (opknap)werkzaamheden in het gebouw.
De pedagogisch medewerksters en oudercommissie informeren de ouders een aantal keren per jaar middels een nieuwsbrief.
Aan het begin van ieder schooljaar wordt er een ouderavond georganiseerd waarop de diverse activiteiten, die het komende schooljaar zullen plaatsvinden, worden besproken. Een enkele keer kan een gastspreker een thema behandelen.


valid xHTML 1.0 strict & css - design © 2005-2007 Parallel Dimension